Groep 8 taaltoets blok 7
Wat moet je allemaal weten voor deze toets.
Spreken en luisteren:
Wat: Je moet een spreekbeurt voorbereiden. Je moet een plan van aanpak kunnen maken voor een spreekbeurt.
Hoe: Je maakt aan de hand van een gegeven woordweb en woordpodium een plan van aanpak voor een spreekbeurt.
Wat: Je moet informatie vastleggen in een schema of een inhoudsopgave.
Hoe: je ordent gegeven informatie in een schema of een inhoudsopgave, die als spiekbrief kan dienen bij een spreekbeurt.
Taalbeschouwing:
Wat: Je moet weten wat de tegenwoordige, verleden, voltooide en toekomende tijd is.
Hoe: Je omcirkelt van enkele zinnen in welke tijd deze staan.
Wat: Je moet weten dat mensen soms iets anders zeggen dan wat ze bedoelen of denken. Je moet weten wat ironie en sarcasme is.
Hoe: Je gaat drie situaties lezen waarin iemand een ironische opmerking maakt. Je moet opschrijven wat de spreker bedoelt.
Woordenschat:
Wat: Je moet woorden kunnen onthouden door illustraties te maken of te zoeken. Je kent enkele nieuwe woorden.
Hoe: Je maakt een tekening bij enkele zinnen waarin een moeilijk woord staat.
Wat: Je moet woorden kunnen onthouden door ze te gebruiken in een tekst. Je kent enkele nieuwe woorden.
Hoe: Je leest enkele moeilijke woorden en maakt daarmee met elk een zin.